bureau Parry en Truijen
In 1956 kregen Parry en Truijen de opdracht om voor de PTT een nieuwe brievenbus te ontwerpen. Voor een dergelijk complex product maakten zij gebruik van een systematische ontwerp methodologie, die toen nog niet erg ingeburgerd was.
Belangrijke uitgangspunten waren het feit dat er een schromelijk tekort was aan lichters (men vond het ledigen van de oude gietijzeren bussen ‘vies’ en teveel ‘loopwerk’) en aan personeel bij het verwerken van de post, met name voor het selecteren. Bovendien bleek dat 45% van de post een lokale bestemming had, een belangrijk gegeven. Kon het publiek die selectie niet zelf maken?
Het systeem van lichten werd door de ontwerpers uitgebreid onder de loep genomen. Het bleek goed mogelijk om, gebruik makend van de zwaartekracht van de poststukken, de lading te lichten in onder de bus aan te brengen zakken. Door de voorkant én de insteek schuin te laten verlopen ten opzichte van de achterwand, schoven ook dikke tijdschrift edities gemakkelijk de brievenbus is. Nopjes op de schuin verlopende bodem van de bus houden het condensvocht dat optreedt onder invloed van temperatuursverschillen binnen en buiten de bus, buiten het bereik van de poststukken.
In 1958 werd aan Philips de opdracht gegeven voor de aanmaak van de eerste 5000 bussen.
In 1962 werd de tweelingbrievenbus officieel overal ingevoerd en werd dit product van Italiaanse zijde gehonoreerd met de Zilveren medaille van de Triënnale di Milano.
In 1983 hebben Parry en Truijen toestemming gegeven om de bus geheel in rood uit te voeren zodat hij beter paste in de door Tel Design en Total Design ontworpen nieuwe huisstijl van de PTT.
In 2004 werd de Emile Truijen-zaal aan de Faculteit Industrieel Ontwerpen van de TU Delft ingewijd, waarin een rode brievenbus prijkt. Deze brievenbus verdwijnt op dat moment uit het straatbeeld na dit bijna een halve eeuw te hebben bepaald.
In 2006 staat de tweelingbrievenbus van Parry en Truijen in de top 25 bij de verkiezing Beste Nederlandse Design, georganiseerd door NRC handelsblad en de Premsela Stichting.
1954-1958 – Bureau Parry-Truijen
1958 – getrouwd met Annette van Kleeff
1955-1965 – parttime docent Academie Industriële Vormgeving
1956 – ontwerpopdracht PTT brievenbus voor Parry en Truijen
1962 – Zilveren medaille van de Triënnale di Milano voor brievenbusontwerp Parry en Truijen
Parry en Truijen kwamen uit dezelfde Haagse ‘stal’, waren beiden trouw gebleven aan de design-principes die hen waren bijgebracht tijdens hun opleiding, en spraken dezelfde taal:
“Termen als mooi, sierlijk, schoonheid, elegant, joyeus, ontroerend, harmonieus of esthetisch werden door ons apert afgewezen. De stoel van Friso Kramer was ‘gaaf’; de telefoon van Kiljan zat ‘organisch’ goed in elkaar. Le Corbusier leverde ‘verantwoorde’ architectuur en Rietveld maakte ‘eerlijke’ dingen. Cor Alons z’n werk was ‘menselijk’ en Sottsass had een ‘vooruitstrevende’ schrijfmachine ontworpen voor Olivetti.”
Zij vormden het eerste bureau in maatschapverband, dat opereerde op het gebied van tentoonstellingsbouw, interieurarchitectuur, meubelontwerpen én industriële vormgeving.
Eind vijftiger jaren was er in Nederland een duidelijke scheiding ontstaat in de opvatting over industriële vormgeving. Deze was verdeeld in twee kampen. Het ene kamp was sober, gestreng en leerstellig; zij prevaleerden de idee boven de techniek. Het andere kamp – waar Truijen zichzelf onder rekende en ook de AIV in Eindhoven en de KIO) was pragmatischer, hechtte veel belang aan de design-methodologie en legde de nadruk op de uitvoering van ontwerp in technische zin.
“Industrial designers zijn geen ingenieurs, die van de dingen vaak een optelsom maken. Wij zijn in staat om zelfs aan een technisch apparaat een ‘meerwaarde’ te verbinden”.
Opdrachten waren onder andere:
Het ontvangstcentrum voor de Staatsmijnen (het latere DSM)
Oliekachels voor Becht en Dyserinck
Exposities voor de Economische Voorlichtingsdienst in Parijs
De tweelingbrievenbus voor de PTT
Samenwerking met Gerrit Rietveld
In 1958 zijn Parry en Truijen als goede vrienden hun eigen weg gegaan.
Rob Parry en Emile Truijen aan het werk in de Hoogstraat de Den Haag in 1955.
De tweelingbrievenbus van Rob Parry en Emile Truijen (boven), schetsontwerpen (onder).