studie
Emile Truijen studeerde van 1947 tot en met 1952 aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag, afdeling binnenhuisarchitectuur. Zijn docenten waren Cor Alons, Gerard Kiljan en Paul Schuitema, die in hun onderwijs de idealen van het Bauhaus naar voren brachten. De moderne wetenschap werd op een voetstuk geplaatst en men had hoge verwachtingen van de techniek. Traditie werd apert afgewezen. Men was gericht op de toekomst en het nieuwe. Daarom werd de uitvinder hoog aangeslagen.
Tijdens zijn studie toonde Truijen al een grote interesse voor de industriële vormgeving. Alons stimuleerde hem dan ook vooral meubels en andere gebruiksvoorwerpen te ontwerpen. Op dat moment bestond er nog geen gerichte opleiding voor dit vakgebied in Nederland.
In 1953 trok hij de oceaan over naar de Verenigde Staten om daar als stagiair ervaring op te doen op dit terrein. Eerst op het Carnegie Institute of Technology in Pittsburgh als assistent van Prof. R Felver en later als assistent van Prof. A. Kostellow op het Pratt Institute in New York.
1928 – geboren te Soerabaja
1934 – naar Nederland; Tilburg, Den Haag, Nijmegen
1941-1947 – studie binnenhuisarchitectuur, KABK Den Haag
1950 – stagejaar bij Lichtadviesbureau Philips
1952 – eindexamen KABK
1952-1953 – beeldhouwlessen Dirk Bus
1953-1954 – met studiebeurs naar Amerika; Pittsburgh, Carnegie Institute of Technology en New York aan het Pratt Institute.
Eindexamenfeest (1952) met docent Cor Alons en medestudent Sem Aardewerk met wie Emile zijn eerste praktijk-opdracht uitvoerde.
Aan boord van het schip met de andere studenten op werk naar de USA. Via de Contactgroep Opvoering Productiviteit waren ze in de gelegenheid gesteld om naar het buitenland te gaan. Dit werd gefinancierd door de Marshall-hulp uit Amerika.